In de vroege jaren negentig bevond de seksuele voorlichting in Nederland zich op een kantelpunt. Na de uitgesproken vrijheid van de jaren zestig en zeventig en de angst voor de aidscrisis in de jaren tachtig, werd 1991 een jaar waarin seksualiteit in de publieke sfeer begon te normaliseren, maar tegelijkertijd steeds vaker werd geassocieerd met maatschappelijke verantwoordelijkheid en gezondheidspreventie
Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen rondom seksuele voorlichting in 1991. 1. Context: Normalisering en De-politisering
Rond 1991 heerste in de politiek het idee dat seksuele vorming in Nederland grotendeels "op orde" was. Toegankelijkheid:
Voorbehoedsmiddelen zoals de pil waren via de huisarts goed verkrijgbaar en condooms waren voor het brede publiek toegankelijk. Neoseksuele Revolutie:
Onderzoekers duiden deze periode aan als de start van een "neoseksuele revolutie", waarbij de focus versverschoof van louter seksuele bevrijding naar de bredere acceptatie van diverse geaardheden, zoals homoseksualiteit. 2. De Schaduwzijde: Focus op Problematiek
Ondanks de normalisering kregen de "problematische kanten" van seksualiteit in de vroege jaren negentig juist meer aandacht in de voorlichting. Veiligheid voorop: seksuele voorlichting 1991
Voorlichting verschoof van het louter vieren van seks naar het voorkomen van negatieve gevolgen, zoals soa's, ongewenste zwangerschappen en seksueel geweld. Expertisecentra: Organisaties zoals de Rutgers Stichting
(tegenwoordig Rutgers) speelden een cruciale rol in het verspreiden van kennis over anticonceptie en verantwoorde seksualiteit. 3. Voorlichting in de Praktijk (Het Onderwijs)
In 1991 was seksuele voorlichting op scholen nog niet wettelijk verplicht zoals nu, maar het was wel breed geaccepteerd als onderdeel van de biologielessen. De lessen waren destijds vaak nog sterk gericht op biologie en voortplanting
. Er werd uitgebreid stilgestaan bij de anatomie van de penis en vagina en de werking van anticonceptie, maar er was nog relatief weinig aandacht voor thema's als plezier, grenzen of LHBTQ+-onderwerpen. In dit jaar verscheen ook de educatieve film/documentaire Sexuele voorlichting (1991)
, die de seksuele ontwikkeling van kind tot puber in beeld probeerde te brengen, wat destijds zowel als pedagogisch zinvol als controversieel werd beschouwd. 4. Maatschappelijke Verandering In de vroege jaren negentig bevond de seksuele
De jaren negentig markeerden de overgang naar een tijdperk waarin seksuele voorlichting niet langer alleen over "het lesje biologie" ging, maar langzaam transformeerde naar een breder kader van relationele vorming en weerbaarheid. Verder lezen Overheidsbeleid en regelgeving - Seksuelevorming.nl
Seksuele Voorlichting (Sexual Education), released in 1991, stands as one of the most memorable and unique coming-of-age films to emerge from the Netherlands in the early 1990s. While the title sounds clinical—literally translating to "Sexual Education"—the film is a nuanced, often humorous, and deeply empathetic look at the awkward transition from childhood to adolescence.
Here is a full piece looking into the film, its themes, its context, and its legacy.
What made 1991 specific was the shift from voorlichting (information) to communicatie (communication).
Je kunt je misschien niet voorstellen dat een voorlichtingsprogramma in 2023 voorpagina’s haalt. Maar in 1991 gebeurde dat wel. What made 1991 specific was the shift from
De Telegraaf kopte: “Schooltv gaat te ver: ‘Dit is pedagogisch verantwoord bordelen’.” Trouw schreef een bezorgd opinieartikel over het “verlies van onschuld.” De SGP (Staatkundig Gereformeerde Partij) diende Kamervragen in. De vragen luidden: “Is de regering bekend met de beelden waarin jonge meisjes een condoom om een banaan leren aanbrengen? Deelt u de mening dat dit aanzet tot ontucht?”
Minister van Onderwijs Jo Ritzen verdedigde de serie fel: “Het is juist onverantwoord om jongeren met roze brilletjes de wereld in te sturen. Ze worden elke dag geconfronteerd met seks op tv, in tijdschriften en op straat. Dan moeten ze op school betrouwbare informatie krijgen.”
Opvallend genoeg steunden de meeste ouders de serie wél, al was het met geknepen billen. Uit een peiling van het NIPO bleek dat 64% van de ouders de serie “goed of zeer goed” vond, maar ook dat 78% “op bepaalde momenten de neiging had om de televisie uit te zetten.”
De pil is voor vrouwen, de condoom is voor mannen, maar de verantwoordelijkheid ligt bij beiden.
Uit interviews met mensen die in 1991 voorlichting kregen (nu veertigers):